Nadat Tchen Qin de lijken van Mara en Kami heeft ontdekt, is hij nog slechts een koorddanser die balanceert op het slappe koord tussen de wereld van de doden en van de levenden, tussen schaduw en licht.
Tchen leeft weer op als hij hoort dat hoog in het Tibetaanse gebergte de Migoe, ook wel Yeti genoemd, leeft en hij gaat op zoek naar deze "duivel", die naar verluidt onsterfelijk zou zijn.